De dwanginvordering start na het verlopen van de vervaltermijn, de uiterste datum waarop de aanslag betaald moet worden. De vervaltermijn heeft een grote invloed op het vervolg en de beschikbare tijd voor het vervolg proces. Veel gemeenten kiezen voor een late vervaltermijn, terwijl dit vooral problemen veroorzaakt.
Binnen de invordering stellen we onszelf tot doel om de openstaande vorderingen te innen voordat de nieuwe belastingaanslagen worden opgelegd. We doen dit om opstapeling van schulden, kosten en werkzaamheden te voorkomen. Als er gekozen is voor een late vervaltermijn, dan wordt de periode om in te vorderen wel erg kort. Toch kiezen veel gemeenten voor een late vervaltermijn. Vervaltermijnen als 31 mei komen veel voor en zelfs 30 juni komt voor. Bij een aanslagoplegging eind februari heeft de belastingschuldige in dat geval 3 of 4 maanden om te betalen.
Waarom kiezen gemeenten voor die lange betaaltermijn?
Organisaties met een late vervaltermijnen en daarmee lange betaaltermijn geven aan dat dit vaak een politieke keuze is. Waarbij vaak wordt gedacht dat het niet haalbaar is om deze in te korten. Het beeld dat bestaat is dat een lange betaaltermijn goed is voor de inwoners en ondernemers en vriendelijk overkomt op de belastingschuldige. Met enige regelmaat wordt er ook gekozen voor deel termijnen waarbij bijvoorbeeld de eerste helft van de aanslag voor 30 april betaald moet worden en de tweede helft voor 31 mei. Hier staat feitelijk een ingebouwde betalingsregeling, dat komt natuurlijk helemaal ontzettend vriendelijk over. Een poging om dat te veranderen zou kansloos zijn is de gedachte, we willen immers niet overkomen als een harde, strenge gemeente. Toch denk ik dat het met goede argumenten en uitleg prima mogelijk is.
Een goede en haalbare planning is essentieel voor de invordering.
De invordering staat of valt bij een goede planning. Daarbij moet duidelijk zijn wanneer welke stappen gezet worden, zodat ook de personele bezetting goed geregeld kan worden. Het is vrij simpel maar de combinatie van een late vervaltermijn in eind mei of juni maakt het doel om voor de nieuwe aanslagoplegging klaar te zijn moeilijk haalbaar. Dat komt door de zomerperiode. Invorderen in de maanden juli en augustus is juridisch gezien geen enkel probleem. Herinneringen, aanmaningen en dwangbevelen versturen kan gewoon. Maar invorderen is meer dan een juridische werkelijkheid. Invorderen in juli en augustus levert vaak praktische problemen op. Niet alleen de belastingschuldige zou op vakantie kunnen zijn, maar ook de collega’s van het team invordering willen dan op vakantie. Dat zorgt voor een probleem in de personele bezetting. Een goed vakantieschema helpt, maar nog beter is het als er geen piekwerkzaamheden zijn door bijvoorbeeld het versturen van een aanmaning of dwangbevel. Dat kan door pas in september deze werkzaamheden uit te voeren, maar dan wordt invorderen voor de nieuwe aanslagoplegging wel moeilijk. Het is daarom beter om herinnering, aanmaning en dwangbevel voor juli te versturen. Dan zijn er geen piekwerkzaamheden en kan de voorbereiding op bijvoorbeeld de loonvordering of overdracht deurwaarder in alle rust plaatsvinden.
Voor de meeste belastingschuldige is het geen probleem.
Onze belastingschuldigen zijn in allerlei categorieën in te delen. Bijvoorbeeld het onderscheid tussen mensen die wel en niet op tijd betalen. De groep die op tijd betaalt is ook weer onder te verdelen in categorieën:
- Mensen die middels automatische incasso betalen;
- Mensen die direct bij ontvangst aanslag betalen;
- Mensen die op het laatste moment betalen.
De groep mensen die ergens in het midden van de betaaltermijn betaalt is beperkt, te klein om er een aparte groep van te maken. Voor de mensen die met automatische incasso betalen of die direct betalen, maakt een kortere betaaltermijn niet uit. Voor de mensen die op het laatste moment betalen maakt het natuurlijk wel uit. De vraag is of het grote gevolgen voor zich heeft. Deze groep bestaat bij iedere organisatie en is overal ongeveer even groot. Ongeacht of er een hele lange of relatief korte betaaltermijn is. Dat doet vermoeden dat de lengte van de betaaltermijn voor deze groep niet zo relevant is. Het is een groep die gewoon graag tot het laatste moment wacht met betalen. Voor de meeste van hen maakt het niet uit of zij betalen binnen 6 weken of binnen 4 maanden moeten betalen: ze betalen toch op het laatste moment. Waarbij een lange termijn de kans vergroot dat mensen helemaal vergeten te betalen. De keuze voor de betaaltermijn door de gemeenteraad zou daarmee niet zoveel te maken moeten hebben met streng of vriendelijk, maar met ons eigen proces. Dat druist voor het gevoel in tegen het “debiteur gericht” of “sociaal” invorderen. Maar een korte betaaltermijn is uiteindelijk voor de meeste mensen geen probleem en maakt het voor ons wel beter haalbaar om een opstapeling van schulden, kosten en werkzaamheden te voorkomen. Voor die mensen waarvoor het misschien problematischer is hebben we oplossingen, zoals de automatische incasso of een betalingsregeling.
Een efficiënt en tijdig invorderingsproces.
Wat is dan wel een goede betaaltermijn en welke consequenties heeft dat voor het invorderingsproces? Die vraag is simpel te beantwoorden. Wij adviseren doorgaans een betaaltermijn van 6 weken. Dat sluit precies aan bij de Invorderingswet, is haalbaar voor de meeste belastingschuldigen en voorkomt piekwerkzaamheden in de zomerperiode. Uitgaande van een aanslagoplegging eind februari ziet het invorderingsproces er dan als volgt uit:
28 februari: dagtekening aanslag
12 april: uiterste vervaltermijn aanslag
19 april: verzenden kosteloze betalingsherinnering
3 mei: vervaltermijn herinnering
10 mei: verzenden aanmaning
24 mei: vervaltermijn aanmaning
31 mei: verzenden dwangbevel
2 of 4 juni: vervaltermijn dwangbevel (bij postdwangbevel 2 dagen extra wachten)
15 juni: overdracht deurwaarder of voorbereiding loonvordering
Zoals te zien is in dit overzicht zorgt een tijdige betaaltermijn ervoor dat het basisproces van de dwanginvordering ruim voor de zomerperiode is afgerond. Na iedere vervaltermijn is er rekening gehouden met ten minste 7 dagen om bijvoorbeeld betalingen te verwerken. En er is voldoende ruimte om te schuiven met de data als dat nodig is i.v.m. feestdagen of onvoorziene omstandigheden. En in de zomerperiode kunnen de collega’s rustig op vakantie, de voorbereiding van de loonvordering of deurwaarderswerkzaamheden kunnen plaatsvinden, eventuele achterstanden kunnen worden weggewerkt en per september kan de dwanginvordering direct worden voortgezet.
Aanpassing geeft dus rust en voorkomt een piek in de zomer. Tegelijkertijd vraagt aanpassing met name het eerste jaar natuurlijk goede communicatie en mogelijk coulance richting inwoners, zodat ook zij kunnen wennen aan de nieuwe vervaltermijn.