Belastingen

Menselijke maat in het parkeerrecht

Rechters vragen gemeenten steeds vaker om een coulante blik bij parkeerbelastingen. Waar voorheen de strikte letter van de wet leidde, krijgt de menselijke kant nu meer gewicht in recente uitspraken. Wat betekent deze verschuiving voor de uitvoeringspraktijk van heffingsambtenaren?

Het parkeerrecht stond lang bekend als een van de meest strikte onderdelen van het belastingrecht. Uitgangspunten zoals de formele rechtskracht en het objectief vaststellen van het belastbare feit vormden de basis. In de kern was parkeerbelasting een overzichtelijke kwestie: er was betaald, of er was niet betaald. De afgelopen maanden zie ik in de rechtszaal echter een interessante verschuiving. De rechter zoekt nadrukkelijk de verbinding met de ‘menselijke maat’ en nodigt gemeenten vaker uit om met een coulante blik naar de situatie te kijken. Hoewel deze ontwikkeling zorgt voor meer ademruimte en begrip in de rechtszaal, brengt het ook een uitdaging met zich mee. Want hoewel de menselijke maat onmisbaar is om schrijnende situaties te voorkomen, floreert het parkeerrecht als massaproces juist bij heldere, herkenbare kaders.

Ruimte voor nuance in de rechtspraak
De beweging richting de menselijke maat sluit aan bij een bredere trend binnen het bestuursrecht, waarin het evenredigheidsbeginsel een centralere rol heeft gekregen. Waar de fiscale rechter voorheen vaak vasthield aan de strikte letter van de wet omdat er simpelweg weinig wettelijke ruimte was voor een belangenafweging, zien we die kaders nu wat flexibeler worden. In recente uitspraken krijgt de menselijke kant van het verhaal meer gewicht. Rechters tonen bijvoorbeeld begrip voor korte haperingen, zoals een parkeerapp die net niet goed meewerkte terwijl de parkeerder wel aantoonbaar wilde betalen. Het achterliggende doel om te betalen mislukte weliswaar, maar de goede trouw staat vast. Belanghebbende, die ook steeds beter worden met de toepassing van AI- bij het schrijven van bezwaar en beroepschriften, doen ook steeds vaker een beroep op de algemenen beginselen van behoorlijk bestuur. Evenredigheid, gelijkheid en de intentie om te willen betalen worden steeds vaker aangevoerd in de procedures waardoor de rechters hierover ook moeten oordelen.

Tot slot wegen rechters onvoorziene omstandigheden mee, zoals momenten van acute stress of verwarring waardoor het aanmelden niet direct lukte. In dergelijke zaken functioneert de rechter steeds vaker als bruggenbouwer en vraagt de heffingsambtenaar of een formele naheffing hier de meest passende oplossing is.

Correctie en geen fundament
Deze menselijke benadering is een waardevolle toevoeging aan ons rechtssysteem. Wet- en regelgeving kunnen immers zo uitpakken dat de uitkomst in een specifiek geval simpelweg niet meer rechtvaardig voelt. De menselijke maat is bij uitstek geschikt voor stapelingen van naheffingen. Denk aan situaties waarin burgers door een communicatie- of systeemfout met een opeenstapeling van naheffingen te maken krijgen, zonder dat zij tussentijds de kans kregen hun fout te herstellen. Daarnaast biedt het ruimte bij uitzonderlijke noodsituaties, zoals persoonlijke crises of medische urgentie waarbij de focus logischerwijs even niet bij een parkeermeter lag. In dit soort specifieke gevallen werkt de menselijke maat als een noodzakelijk veiligheidsventiel dat voorkomt dat het systeem te rigide wordt. De kern van de zaak is helder: de menselijke maat is essentieel als vangnet voor uitzonderlijke situaties en onredelijke stapelingen, maar het mag de duidelijke algemene spelregels niet vervangen.

Het belang van heldere kaders
Wanneer de roep om coulance echter de nieuwe standaard wordt in alledaagse parkeercases, ontstaat het risico dat de grenzen vervagen. Parkeerbelasting is immers een massaproces waarin gemeenten jaarlijks enorme aantallen besluiten nemen. Om dit proces voor iedereen eerlijk, voorspelbaar en betaalbaar te houden, is een hoge mate van uniformiteit nodig. Als we te veel afstappen van het duidelijke karakter van de regels, lopen we tegen een aantal praktische bezwaren aan. Ten eerste raakt dit de gelijkheid en voorspelbaarheid. Als de interpretatie van een foutje per zitting of per gemeente begint te verschillen, weet de burger vooraf niet meer waar hij aan toe is. Wat bij de ene rechter als een begrijpelijk menselijke fout geldt, kan een andere rechter immers anders beoordelen. Daarnaast beknelt dit de uitvoerbaarheid voor de overheid. Heffingsambtenaren hebben simpelweg niet de capaciteit om bij elke reguliere naheffing de achterliggende intentie of de persoonlijke omstandigheden van de parkeerder te wegen. De objectieve controle zorgt juist voor een gelijke behandeling van ieder geval. De uitkomst bij gelijke gevallen zou altijd gelijk moeten zijn ongeacht of de ene parkeerder wel doorprocedeert bij de rechtbank of de naheffing(en) accepteert.

Tot slot zorgt het voor druk op de keten. Zodra het gevoel ontstaat dat er in de rechtszaal altijd ruimte is voor onderhandeling of een beroep op redelijkheid, zal het aantal bezwaren en beroepen toenemen. Dit vergroot de druk op gemeenten en rechtbanken verder.

Menselijke maat binnen heldere grenzen
De trend in de rechtszaal om meer oog te hebben voor de menselijke maat is een sympathieke ontwikkeling die de scherpe kantjes van het recht kan afhalen. Het herinnert het ons eraan dat achter elk dossier een burger zit. Tegelijkertijd moeten we waken voor een te grijs gebied. Met de grote dagelijkse stroom aan parkeeracties in Nederland is duidelijkheid uiteindelijk de grootste vorm van rechtszekerheid voor iedereen. De spelregels zijn erbij gebaat helder en consistent te blijven. Laat de menselijke maat daarom vooral de mooie uitzondering op de regel zijn, in plaats van de nieuwe regel zelf.

Jur is sinds 2016 werkzaam in de lokale belastingen en is adviseur en docent bij Involon. Hij is een gedreven adviseur met ervaring in het coördineren en aansturen van de belastingen en WOZ-afdelingen bij diverse gemeenten. Jur is werkzaam op het gebied van heffen en rechtsbescherming. Van de belastingverordening tot het voeren van procedures bij de rechtbank tot en met de Hoge Raad. Jur is onze specialist op het gebied van de parkeerbelasting. Of het nu gaat om procesverbeteringen of juridische vraagstukken, bij hem kan je terecht.
Jur is docent op de onderdelen belastingverordening, diverse gemeentelijke- en waterschapsbelastingen en rechtsbescherming.

Gerelateerde artikelen

Belastingen
Jurisprudentie: Legesaanslag voor stichting terecht vernietigd

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat een legesaanslag terecht door de Rechtbank is vernietigd. De legesverordening bevat onduidelijke en onbepaalde heffingsgronden. Daarnaast is er voor de stichting met deze heffing sprake van een lastenverzwaring,...

Belastingen
Kwijtschelding: beroep of nieuw verzoek?

Het afgelopen jaar heeft het Rijk de leidraad een aantal keer aangepast als het gaat over hoe het omgaat met administratief beroepschriften en herhaalde verzoeken kwijtschelding. Ook per 1 juli heeft er weer...

Belastingen
"Ik wist helemaal niets van lokale belastingen": Noor over een carrièreswitch, blijven ontwikkelen en werkplezier

Bijna dertig jaar werkte Noor als zelfstandig juridisch vertaler. Toen het werk haar steeds minder energie gaf, besloot ze een compleet nieuwe richting in te slaan. Zonder ervaring in lokale belastingen begon ze...

Belastingen
Dinsdag 18 augustus: Gratis vragenuurtje Invordering

Op dinsdag 18 augustus 2026 om 11:00 uur organiseert Involon via Teams weer een gratis vragenuurtje. Onderwerp is dit keer Invordering en wordt verzorgd door Geert-Jan Dümmer. Maandelijks wordt een digitaal vragenuurtje georganiseerd...