Elk jaar stellen bijna alle gemeenten een nieuwe legesverordening vast. De meeste tarieven worden verhoogd volgens het indexcijfer dat in de kadernota staat. Echter, een terugkerende discussie die in veel gemeenten wordt gevoerd, betreft de relatie tussen de hoogte van de tarieven en de hoeveelheid werk die de gemeente voor de betreffende activiteit verricht. Moet er een één-op-één verband zijn tussen deze twee, of is dat niet noodzakelijk? In dit artikel wordt het verband beschouwd vanuit het principe van kostenverhaal en vanuit juridisch oogpunt.
Kostenverhaal
Leges horen bij de rechten die de gemeente kan heffen. Het uitgangspunt van deze rechten hangt samen met het kostenverhaal. Mensen betalen voor de kosten die de gemeente maakt voor een bepaalde dienst. Volgens het principe van kostenverhaal moet er een verband zijn tussen de kosten van een activiteit en het tarief dat daarvoor wordt gevraagd. Dat betekent dat in de legesverordening per activiteit kan worden aangegeven hoeveel tijd daarvoor nodig is. Als je dit koppelt aan een uurtarief, ontstaat er per activiteit een direct verband tussen het tarief en de kosten van die activiteit.
Juridisch oogpunt
Naast het principe van kostenverhaal is er sprake van een juridische werkelijkheid. In artikel 229b lid 1 van de Gemeentewet staat dat de tarieven zo moeten worden vastgesteld dat de geraamde baten niet hoger zijn dan de geraamde lasten. Dat betekent dat de gemeente geen ‘winst’ mag maken op leges. Deze regel geldt voor de hele tarieventabel, niet voor elke activiteit apart. Dit heet kruissubsidiëring. Dat betekent dat de ‘winst’ bij de ene activiteit gebruikt mag worden om een ‘verlies’ bij een andere activiteit op te vangen. Kruissubsidiëring is op grond van de gehele verordening toegestaan, zoals bevestigd in de uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2015:282). In deze uitspraak oordeelt de Hoge Raad dat de opbrengstlimiet dient te worden berekend aan de hand van het totaal van de geraamde baten en lasten binnen de gehele verordening. In de praktijk gebeurt dit vooral bij bouwactiviteiten. De opbrengsten van grote bouwprojecten worden gebruikt om de verliezen van kleine bouwprojecten en andere activiteiten, zoals evenementen, te dekken.
Conclusie en de praktijk
Geconcludeerd kan worden dat er geen rechtstreeks verband vereist is tussen de hoogte van de tarieven enerzijds en de door de gemeente gemaakte kosten voor de desbetreffende activiteit anderzijds, zoals bevestigd door de Hoge Raad in haar uitspraak van 18 augustus 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BI1943). De legesverordening en de bijbehorende tarieventabel worden vastgesteld door de gemeenteraad. Dat betekent dat de gemeenteraad uiteindelijk beslist over de hoogte van de legestarieven. In de praktijk bepaalt de gemeenteraad dus in hoeverre de tarieven passen bij de werkelijke kosten van een activiteit of dienst. Het is dus een politieke keuze of de tarieven helemaal kostendekkend zijn, of dat de gemeente er bewust voor kiest om sommige tarieven lager of hoger vast te stellen dan de daadwerkelijke kosten. Doordat kruissubsidiëring is toegestaan, is het mogelijk om in totaal 100% kostendekkend te zijn, zonder dat elke afzonderlijke activiteit precies hoeft aan te sluiten bij de werkelijke kosten.
Wil je jouw kennis en vaardigheden over leges verbeteren? Schrijf je dan in voor de Workshop Leges.