Sinds dit jaar werken alle lokale overheden met Kwijtschelding 3.0 van het BIDN. Deze nieuwe werkwijze brengt duidelijke verbeteringen, maar roept in de praktijk ook vragen op. In dit artikel delen we ervaringen rond twee thema’s die we vaak terugzien: de woon- en leefsituatie en de waardebepaling van motorvoertuigen.
Na de overgang naar KWS 3.0 zien we dat veel processen soepeler verlopen. Tegelijkertijd vraagt de nieuwe manier van werken om een aantal praktische keuzes. Juist daarover krijgen we veel vragen van gemeenten.
Vaststellen woon- en leefsituatie
Na aanlevering van de burgerservicenummers stelt het BIDN eerst de woon- en leefsituatie vast. Deze stap is cruciaal, omdat het bepaalt welke normen en gegevens worden gebruikt bij de beoordeling van de kwijtschelding. Het BIDN baseert zich hiervoor op gegevens uit de BRP. In de praktijk blijkt het echter niet altijd mogelijk om hieruit eenduidig af te leiden of iemand gehuwd is of samenwoont. In die gevallen volgt binnen enkele dagen een uitvallijst. Deze uitvallijst kun je zelf verrijken door de juiste leefsituatie vast te leggen. Daarbij kun je ook aangeven of sprake is van een kostendeler. Om dit zorgvuldig te doen, is vaak meer informatie nodig dan alleen wat in de BRP staat. Het is daarom verstandig het (digitale) aanvraagformulier voor kwijtschelding aan te passen. Door expliciet uit te vragen wie er nog meer op het adres wonen en wat hun relatie is tot de belastingschuldige, kun je de woon- en leefsituatie beter vaststellen en onnodige uitval beperken.
Waardebepaling motorvoertuigen
Nieuw in kwijtschelding 3.0 is dat het BIDN ook de waarde van motorvoertuigen geeft. Over dit onderdeel ontvangen we veel vragen, vooral omdat de door het BIDN vastgestelde waarde vaak afwijkt van de waarde die lokale overheden zelf hanteren. De meeste gemeenten gebruiken de ANWB-koerslijst. Die onderscheidt meerdere waarden, waarbij meestal de laagste waarde, de veilingwaarde, wordt toegepast. Het BIDN gebruikt echter gegevens van Autotelex. Autotelex hanteert een andere methodiek en gaat uit van een handelswaarde in plaats van een veilingwaarde. Deze verschillen in bron en type waarde zorgen ervoor dat de uitkomsten niet altijd overeenkomen. Steeds vaker leeft daarom de wens om geen eigen waardebepaling meer te doen als het BIDN al een waarde heeft vastgesteld. Dat kan, maar vraagt wel om bewust omgaan met de gevolgen.
Denk aan een overgangsperiode
Wij adviseren om in de eerste jaren een overgangsperiode te hanteren waarin je de voertuigwaarde nog zelf blijft controleren. Dit voorkomt dat een aanvrager vorig jaar wel kwijtschelding kreeg op basis van de ANWB-veilingwaarde, maar dit jaar wordt afgewezen vanwege een hogere handelswaarde via het BIDN. Zonder goede uitleg leidt dat begrijpelijkerwijs tot vragen en onbegrip bij inwoners. Door tijdelijk beide werkwijzen naast elkaar te gebruiken, houd je grip op de overgang en kun je eventuele verschillen zorgvuldig toelichten.
Grip houden op de uitvoering
De overstap naar Kwijtschelding 3.0 vraagt om een goed ingericht en uitlegbaar proces. Zeker bij onderdelen waar keuzes gemaakt moeten worden, is het belangrijk om inzicht te hebben in de inrichting en de mogelijke risico’s. Vind je dit lastig te beoordelen? Wij denken graag met je mee. Samen houden we het kwijtscheldingsproces werkbaar voor de organisatie én begrijpelijk voor inwoners. Meer weten? Neem contact op met Jasper Schmitz: j.schmitz@involon.nl.