Recent heeft de Rechtbank Zeeland-West Brabant een beroep gegrond verklaard waarbij er aanzienlijke verschillen bestonden tussen de WOZ- en BAG registraties. De heffingsambtenaar slaagde er niet in om de verschillen te rechtvaardigen, wat zorgde voor de verlaging van de WOZ-waarde van veertien onroerende zaken en een verplichting tot betalen van proceskostenvergoeding.
Uitspraak: ECLI:NL:RBZWB:2026:1463
Verkeerde bouwjaar
Belanghebbende heeft aangegeven dat de bouwjaren van enkele onroerende zaken verkeerd waren weergegeven in de taxatieverslagen. Dit was met name het geval voor twee onroerende zaken, waarbij volgens belanghebbende een verschil van 30 jaar bestond tussen het bouwjaar in het taxatieverslag en de gegevens in de BAG. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar geen duidelijkheid had kunnen verschaffen over deze onjuistheden in het bouwjaar. Dit was een belangrijk punt, omdat het bouwjaar van een onroerende zaak invloed heeft op de waardebepaling. Het verschil in bouwjaar kan namelijk de waarde van de zaak beïnvloeden, bijvoorbeeld door afschrijving of andere kenmerken die met de ouderdom van een gebouw samenhangen.
Ook de oppervlakte klopte niet
Daarnaast werd de oppervlakte van de onroerende zaken genoemd, waar belanghebbende ook onjuistheden meende te zien tussen de gegevens in de taxatieverslagen en die uit de BAG. Het ging hier specifiek om één onroerende zaak, waar een verschil van 2.200 m² werd geconstateerd tussen de opgegeven oppervlakte in het taxatieverslag en die in de BAG. Dit soort verschillen in oppervlakte kan aanzienlijke invloed hebben op de kapitalisatiefactor en de uiteindelijke WOZ-waarde.
Conclusie
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar in beide gevallen niet overtuigend had verklaard waarom de gecorrigeerde gegevens uit de BAG (zoals bouwjaar en oppervlakte) niet zouden moeten worden gevolgd. Dit werd gezien als een tekortkoming in de onderbouwing van de WOZ-waardering, omdat de BAG gegevens als een betrouwbare bron voor objectkenmerken worden beschouwd. Het beroep is gegrond verklaard, wat betekent dat de waardebeschikkingen van de veertien zaken plus de bijbehorende aanslagen OZB verminderd moeten worden. Daarnaast is de heffingsambtenaar een proceskostenvergoeding aan eiser verschuldigd. Een juiste WOZ-registratie die aansluit op de gegevens uit de BAG is dus van belang.
Auteur: Rick Delhez
r.delhez@involon.nl
06 17 44 14 37