Rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat de gemeente een dwangsom verschuldigd is wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. De verdagingsbrief waarmee de heffingsambtenaar de beslistermijn wilde verlengen is volgens de rechter niet duidelijk genoeg, en zelfs al was deze wel duidelijk genoeg, dan was er nog te laat beslist.
Feiten:
Heffingsambtenaar heeft met dagtekening 31 december 2023 een verdagingsbrief inclusief bijlage verstuurd naar belanghebbende. Deze is voor het einde van het jaar ontvangen door gemachtigde van belanghebbende. Deze gemachtigde heeft op 23 januari 2024 een ingebrekestelling verstuurd. De uitspraak op bezwaar is gedagtekend 23 april 2024. Eiser voert aan dat hij recht heeft op een dwangsom van € 1442,00, omdat er niet tijdig op zijn bezwaar is beslist. Dit is het maximum wat wettelijk is vastgesteld. Heffingsambtenaar stelt dat deze ingebrekestelling prematuur is, omdat er na de verdaging van 31 december een beslistermijn gold tot en met 12 februari 2024. De heffingsambtenaar moet binnen het kalenderjaar waarin het bezwaar wordt ingediend hierop beslissen. Om deze termijn uit te stellen kan er worden verdaagd. Dit verdagingsbesluit treedt in werking nadat het aan belanghebbende is toegezonden of uitgereikt (art. 3:40 jo. 3:41 lid 1 Awb). Voorwaarde hierbij is dat het besluit voldoende duidelijk en concreet moet zijn.
De verdagingsbrief
Niet in geding is dat de verdagingsbrief op tijd is ontvangen, maar of deze brief wel betrekking had op zijn bezwaar. In de bijlage stonden twee vorderingsnummers die onbekend waren bij belanghebbende, en het nummer waar het bezwaar betrekking op had stond niet in deze brief. De brief is enigszins vaag omschreven. In de brief zelf wordt niet duidelijk op welke en hoeveel bezwaarschriften de verdaging betrekking heeft, en de verwijzing naar de bijlage waarin alle aanslagen zouden zijn vermeld maakt het er niet veel duidelijker op. Het is aan de heffingsambtenaar om zo duidelijk en concreet mogelijk in de verdagingsbrief te vermelden om welke aanslagnummers of zaken het gaat, zodat hier geen misverstand over kan bestaan. De verantwoordelijkheid hiervan bij belanghebbende leggen, door bijvoorbeeld te vragen om reactie als er zaken ontbreken, is al helemaal geen optie. Daarbij speelt ook nog mee dat de brief rondom de feestdagen is verstuurd.
Geen geldige verdaging
De rechtbank is van oordeel dat uit de tekst van de verdagingsbrief geen concrete zaak kan worden gebaseerd. Ook kan de heffingsambtenaar niet aannemelijk maken dat de bijlage die is meegestuurd juist was. Daarbij kon hij ter zitting ook geen verzendadministratie overleggen. Dit alles brengt met zich mee dat het verdagingsbesluit niet in werking is getreden.
Conclusie
Conclusie en gevolg is dat heffingsambtenaar een dwangsom van € 1.442,00 en in dit geval ook proceskostenvergoeding verschuldigd is. Mocht je richting het einde van het jaar niet toekomen aan het afronden van alle bezwaren is het verstandig om op tijd te verdagen. Dit moet dan wel op de juiste manier. Zorg ervoor dat bij belanghebbende geen misverstand kan bestaan welke bezwaren verdaagd worden. Ook is het af te raden om te werken met bijlagen, neem alle relevante informatie op in dezelfde brief. Kortom: wees op tijd, wees duidelijk, concreet en voorkom dit soort zaken!
Auteur: Rick Delhez
r.delhez@involon.nl
06 17 44 14 37