Belastingen

Belanghebbende veroordeeld tot betalen proceskosten

Het is gebruikelijk dat de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot het betalen van proceskosten als een bezwaar gegrond wordt verklaard. In deze uitspraak wordt de belanghebbende/eiser veroordeeld tot het betalen van proceskosten.</

In geschil is de waarde van de woning met waardepeildatum 1 januari 2019. De waarde is vastgesteld op € 368.000. Eiser bepleit een waarde van € 90.756. De heffingsambtenaar heeft, ook naar het oordeel van de rechtbank, de waarde voldoende onderbouwd.

De casus richt zich op het gedrag van de eiser, die al jarenlang dezelfde discussie voert met de gemeente over de WOZ- waarde. Eiser meent namelijk dat de heffingsambtenaar is gebonden aan een overeenkomst die met eiser is gesloten op 23 mei 2002, waarbij de WOZ-waarde voor een periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 is vastgesteld op € 90.756. Eiser stelt dat de heffingsambtenaar de waarde onrechtmatig en in strijd met de rechtsbeginselen heeft vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar niet is gebonden aan de overeenkomst uit 2002. In alle redelijkheid kan in de overeenkomst slechts bedoeld zijn dat de afgesproken WOZ- waarde van € 90.756 alleen geldt over de genoemde periode in de overeenkomst en dat de waarde vanaf 2005 weer zou worden bepaald op de economische waarde overeenkomstig de wet WOZ.

De heffingsambtenaar heeft de rechtbank verzocht om eiser te veroordelen in de door hem gemaakte proceskosten, op grond van artikel 8:75 lid 1 van de AWB. Dit artikel bepaalt dat een natuurlijk persoon slechts in de kosten kan worden veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
Eiser voert al sinds 2005 procedures met steeds dezelfde argumenten en verwijzing naar de eerdergenoemde overeenkomst en is blijven volharden in zijn standpunt. Gelet op het aanzienlijk aantal uitspraken over de onderhavige geschilvraag, had eiser redelijkerwijs kunnen beseffen dat, bij gelijkblijvende omstandigheden, zijn stellingen geen kans van slagen zouden maken. Eiser is ook gewaarschuwd in de uitspraak van de rechtbank dat dit ertoe zou kunnen leiden dat hij in de proceskosten van de heffingsambtenaar wordt veroordeeld. Dat is wat er uiteindelijk ook is gebeurd. Eiser is veroordeeld in een vergoeding van de proceskosten van € 148,02. Hiermee is niet volledig tegemoetgekomen aan de vergoeding die door de heffingsambtenaar was geëist.

Er wordt slechts in bijzondere gevallen overgegaan tot een dergelijke veroordeling van proceskosten-vergoeding van een natuurlijk persoon. In eerdere procedures is getracht met eiser in gesprek te komen, maar eiser is hier nooit op ingegaan. Nu de eiser al zo lang alle uitspraken van de rechtbank, het gerechtshof en Hoge raad negeert en tegen beter weten in blijft doorprocederen, heeft de heffingsambtenaar met succes een beroep gedaan op artikel 8:75 van de AWB.
Artikel 8:75 Awb geeft de bestuursrechter de bevoegdheid om een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de bestuursrechter redelijkerwijs heeft moeten maken. Een natuurlijk persoon kan slechts in de kosten worden veroordeeld in het geval van onredelijk gebruik van het procesrecht. Daarvan was hier sprake. Bijna alle lokale overheden kennen een aantal notoire bezwaarmakers die het principieel niet eens zijn met besluiten van de overheid. Het is dan goed om bij deze mogelijkheid stil te staan.

Bron: Rechtbank Oost-Brabant, 2022-12-27, 21/361, ECLI:NL:RBOBR:2022:5684

Marcel is adviseur en docent bij Involon. Marcel is daarnaast ook Functionaris Gegevensbescherming bij Involon. Met zijn ruime ervaring als leidinggevende heeft hij als interim teamleider/ coördinator verschillende opdrachten uitgevoerd.
Vakinhoudelijk liggen zijn expertises op het gebied van de basisregistratie en de Wet WOZ en dan met name de BAG in combinatie met de WOZ-regelgeving.

Gerelateerde artikelen

Belastingen
Update 9 januari 2025 Leesbare Leidraad Invordering

De ‘Leesbare leidraad invordering´ heeft de afgelopen weken enorme belangstelling gewekt bij lokale belastingorganisaties. Het belang van een helder en begrijpelijk beleid wordt breed onderschreven. Het probleem De huidige leidraad invordering, die grotendeels...

Belastingen
De Wet Herwaardering Proceskostenvergoedingen is geen discriminatie

Actualiteit: Op 1 januari 2024 trad de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen in werking, met als doel het tegengaan van misbruik van proceskostenvergoedingen in WOZ- en bpm-zaken door no-cure-no-pay-gemachtigden. De wet introduceert een lager vergoedingstarief...

Belastingen
Wijzigingen invordering en kwijtschelding 1 januari 2025

Normbedragen kwijtscheldingHet bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2025 is vastgesteld op € 2.191,80 per maand, exclusief vakantiegeld. In verband hiermee wordt het nettominimum-loon, als bedoeld in artikel 37 van de Participatiewet, per...

Belastingen
Tarieven Kostenwet 2025

In de ‘Kostenwet Invordering Rijksbelastingen’ (de Kostenwet) zijn tarieven voor vervolgingsactiviteiten opgenomen. Deze tarieven dienen als dekking voor de kosten van vervolgingsmaatregelen die moeten worden genomen om belastingschuldigen die nalatig zijn met betrekking...